Vijf jaar na de containerramp met de MSC Zoe liggen er nog honderdduizenden kilo’s afval uit het schip op de Noordzeebodem. In het kader van het project CleanUpXL halen vrijwillige duikers zo veel mogelijk boven water. “Die rommel hoort niet in zee.”
“Briefing! Briefing!” schalt het over het dek en door het bemanningsverblijf van de Tender I. Veertien mensen verzamelen zich in de kajuit van het schip dat drie zeemijl ten noorden van Ameland op een goedmoedige zee dobbert. Expeditieleider en oprichter van de stichting Duik de Noordzee Schoon Ben Stiefelhagen vertelt zijn ploeg duikers wat ze straks onder water kunnen verwachten. De Tender I heeft positie gekozen boven het wrak van de Orient, een Cubaans vrachtschip dat in 1966 na een aanvaring zonk. “Het is 62 meter lang en ligt redelijk rechtop, op 22 meter diepte.” De briefing duurt niet lang, iedereen lijkt precies te weten wat hem/haar te doen staat. “We kunnen ongeveer een uur beneden blijven, we beginnen om 13.30 uur,” sluit Ben af.
3,2 miljoen kilo afval
Stipt 13.30 uur springen de eerste vier duikers de diepte in. De duikploeg is al een week aan boord om boven de oostelijke Waddeneilanden afval van de zeebodem te halen in het kader van het opruimproject CleanUpXL. Bij de containerramp met de MSC Zoe in januari 2019 sloeg 3,2 miljoen kilo aan spullen overboord. Ellen Kuipers van de Waddenvereniging en initiatiefnemer van CleanUpXL: “De reder en de overheid hebben ongeveer driekwart daarvan opgeruimd, tot de toenmalige minister van Infrastructuur en Waterstaat eind 2019 aankondigde ermee te stoppen. Wij waren bij de Waddenvereniging met stomheid geslagen – je laat toch geen 800.000 kilo rotzooi op de zeebodem liggen? Ik dacht: dan gaan we het zelf wel doen. Sinds 2021 hebben we in samenwerking met Duik de Noordzee Schoon en onze bergers al 300.000 kilo opgeruimd.”
Autospiegel
Op het voordek staan al zes goedgevulde bigbags met de ‘vangst’ van de eerdere duiken van deze week. Fleece dekens, een felrode autospiegel, babydraagzakken, badjassen… De gekste dingen zitten erin, zonder twijfel afkomstig van de MSC Zoe. Daarnaast kreeftenkorven, moeilijk thuis te brengen stukken plastic, ijzeren stangen, netten en nylon draad – heel veel netten en draad. Ellen: “We nemen natuurlijk alle afval mee, niet alleen wat van de Zoe afkomstig is. Die 800.000 kilo is een symbolisch getal. Dat nylondraad is het allerergste. Dieren raken erin verstrikt en als het uiteindelijk vergaat, valt het in microplastics uiteen. We weten inmiddels allemaal hoe veel kwaad die kunnen aanrichten.”
Huiskamer van de vissen
De zee is vrijwel vlak. Behalve drie oranje boeitjes verraadt niets dat ruim twintig meter onder de waterlijn hard gewerkt wordt om rotzooi bijeen te rapen. De opruimacties concentreren zich op wrakken, waarvan er honderden boven de eilanden liggen. Op de kale zeebodem is niet veel afval te vinden, achter de wrakken blijft het haken. En, zoals een van de deelnemers zegt, “de wrakken zijn ook de huiskamer van de vissen.”
Van de boeitjes loopt een ankerlijn naar het wrak. Aan die lijn hebben de duikers een tiental juten postzakken gehaakt: daar gaat de opbrengst in. De meeste van de duikers zijn sportduikers. Ze hebben betaald om een week mee te mogen met deze opruimactie. Bas Molsberger is al voor de derde keer mee. “Duiken is mijn passie. Normaal gesproken moet ik een eind rijden, duik ik twee keer en rijd ik weer naar huis. Nu ben je meteen op locatie, heb je alles bij de hand en kun je een week lang twee tot drie duiken per dag doen. Ik vertel er ook veel over, om mensen van dit probleem bewust te maken.” Het duikteam herbergt verschillende specialisten. Er zitten amateur-archeologen bij, een fotograaf, een bioloog. Harold Batteram is data scientist en aan boord de duikplanner. Hij schreef een software-programma dat precies aangeeft hoe diep de wrakken liggen en hoe lang er elke keer gedoken kan worden, afhankelijk van diepte en stroming. “Alleen rond de kentering van het tij is de stroming zwak genoeg. Vanmiddag is dat duikvenster maar één uur, bij doodtij kan het oplopen tot twee uur. “
Uit de flippers
Na een klein uur komen de eerste duikers boven. Het eerste wat ze doen is hun hand boven op het hoofd leggen: het teken voor de anderen dat ze oké zijn. Met een liftje worden ze langs de romp omhooggehaald. Als een geolied team werken ze samen, helpen elkaar aan boord en uit de flippers. Als laatste komen de PTT-zakken naar boven allemaal aan een eigen boeitje. Een kraan hijst ze over de reling, voorzichtig schudden de mannen en vrouwen de inhoud boven een volgende bigbag uit: er kunnen dieren in zitten. En die zitten erin. Kleine visjes gaan overboord, een forse Noordzeekrab wordt voorzichtig bevrijd uit een kluwen van groen, blauw en oranje visdraad. Ook hij gaat over de reling.
Bewustwording
Met een geschatte 3500 kilo rommel op het voordek zet het schip koers naar Lauwersoog. Deze opruimweek zit er weer op. “Een mooie opbrengst,” vindt expeditieleider Ben. “Al is het natuurlijk vooral jammer dat het nodig is. We hebben de afgelopen paar jaar ook duizenden kilo’s aan vislood omhooggehaald. Die rommel hoort niet in zee. En er zijn zat alternatieven. Waarom maak je die visloodjes niet van beton?”
Martin Kuivenhoven, het duikpak nog maar net uit, stalt een kleine selectie uit de bigbags op het dek uit. Elektriciteitsdraad, kabels, visloodjes, netten, een halve deken, een kluwen nylon: het gaat allemaal mee naar huis. “Ik ben docent Bedrijfskunde. Tijdens de lessen over duurzaamheid laat ik zien wat er op de zeebodem ligt en vertel ik wat we hier doen. Bewustwording is belangrijk.” Dat woord valt vaker deze dag.
Bij Marloes Otten die de wrakken met afval én de prachtigste vissen en schelpdieren fotografeert en haar foto’s publiceert op de site van stichting Duik de Noordzee Schoon.
Bij Ellen Kuipers, die de autospiegel in een zak stopt om mee te nemen. “We hebben recent een kunstwerk laten maken van het afval, om mensen bewust te maken. Hier kan ik ook wel wat mee.” Maar al die andere rotzooi, wat gebeurt daarmee? “Een van de duikers smelt visloodjes om tot duiklood, ijzer kunnen we verkopen, de rest proberen we zo veel mogelijk te recyclen. Van visnet worden tegenwoordig mooie tapijten gemaakt. Helaas eindigt veel uiteindelijk toch bij de verbranding.” Ondanks dat dit besef bij iedereen leeft, is de stemming aan boord opgewekt. Nog een laatste vrolijke groepsfoto tussen de bigbags en dan is het tijd om te ontschepen. Een druk heen-en-weer lopen met bagage, duikpakken, zuurstofflessen en kratten vol uitrusting volgt. “Jaha, biljarten is makkelijker,” klinkt het uit een van de monden. Maar dit doen we een stuk liever, valt op alle gezichten te lezen.
Deze reportage werd geschreven door Annemarie Bergfeld.